logo

 

 

 


UW IP Adres


54.167.185.110

View TABEL: Kennisbank

Terug naar de Lijst 

Hard of Software Software
OS Windows Applicatie Exchange
Versie Versie
Omschrijving Meldingen over bezorgingsstatus in Exchange Server

Artikel
NDR's (Non-Delivery Reports) zijn systeemberichten die de bezorgingsstatus van een bericht melden aan de afzender. De berichten zijn een subklasse van een algemene berichteninformatiestructuur die bezorgingsstatusmeldingen worden genoemd. Bezorgingsstatusmeldingen beschrijven drie verschillende soorten situaties:
  • Geslaagde bezorging (aangegeven met de numerieke codes 2.X.X)
  • Terugkerende tijdelijke storing (aangegeven met de numerieke codes 4.X.X)
  • Permanente storing (aangegeven met de numerieke codes 5.X.X)
Zie RFC (Request for Comment) 1891 en RFC 1893 voor meer informatie over bezorgingsstatusmeldingen.

NDR's worden gegenereerd wanneer een bericht niet kan worden bezorgd. Als de computer de oorzaak van de mislukte bezorging kan vaststellen, wordt deze oorzaak gekoppeld aan een statuscode en wordt het bijbehorende foutbericht weergegeven. (Zie RFC 1891 en RFC 1893 voor een lijst van deze codes.) In het geval van NDR's worden de meeste numerieke codes weergegeven in de notatie '5.X.X' en worden ze beschreven als permanente storingen. Er zijn echter bepaalde tijdelijke situaties die resulteren in 4.X.X-codes.

De server die het probleem rapporteert, wordt vˇˇr de numerieke code vermeld. In het NDR-voorbeeld in de sectie 'Inleiding' van dit artikel is server.nwtraders.com de rapporterende server. Soms is de server die het probleem meldt, niet de server waarop het probleem zich ook daadwerkelijk voordoet.

De volgende lijst bevat de numerieke codes en de bijbehorende foutsituaties die het meest voorkomen:
  • Numerieke code: 4.2.2

    Alleen beschikbaar in Exchange 2000 Service Pack 2 of lager. Zie 5.2.2
  • Numerieke code: 4.3.1

    Mogelijke oorzaak: Deze code kan het gevolg zijn van een probleem met een systeembron, zoals een volle schijf. Deze code kan ook worden gegenereerd als de SMTP-wachtrij (Simple Mail Transfer Protocol) zich op een FAT-partitie (File Allocation Table) bevindt en de service een limiet van Windows heeft bereikt met betrekking tot het aantal bestandsingangen dat tegelijkertijd kan zijn geopend door de SMTP-service. In dat geval kan er een foutbericht over onvoldoende geheugen worden weergegeven in plaats van een bericht over onvoldoende schijfruimte.

    Probleemoplossing: Zorg dat er voldoende schijfruimte beschikbaar is en verplaats de transportwachtrijen van Exchange zo mogelijk naar een NTFS-partitie.
  • Numerieke code: 4.3.2

    Gebruikt vanaf: Exchange 2000 Service Pack 1

    Mogelijke oorzaak: Het bericht werd niet afgeleverd als gevolg van een beheerdersactie via de interface voor het weergeven van wachtrijen in Exchange System Manager.
  • Numerieke code: 4.4.1

    Mogelijke oorzaak: De host reageert niet.

    Probleemoplossing: Deze code kan het gevolg zijn van tijdelijke netwerkproblemen. Exchange zal automatisch proberen opnieuw een verbinding tot stand te brengen en de e-mail te bezorgen. Als de bezorging na enkele pogingen nog steeds niet is gelukt, wordt er een NDR voor een permanente storing gegenereerd.
  • Numerieke code: 4.4.2

    Mogelijke oorzaak: De verbinding tussen servers is verbroken.

    Probleemoplossing: Deze code kan het gevolg zijn van tijdelijke netwerkproblemen of servers die niet beschikbaar zijn. De server probeert gedurende een vooraf ingestelde periode het bericht te bezorgen en genereert vervolgens aanvullende statusrapporten.
  • Numerieke code: 4.4.6

    Mogelijke oorzaak: Het maximum aantal hops voor het bericht werd overschreden. Deze code kan ook worden weergegeven als er een oneindige lus is ontstaan tussen de verzendende en ontvangende server die geen deel uitmaken van dezelfde organisatie. Het bericht wordt dan heen en weer gestuurd totdat het maximum aantal hops is overschreden.

    Probleemoplossing: Het maximum aantal hops wordt per virtuele server ingesteld en u kunt deze instelling handmatig aanpassen. De standaardinstelling is 15 voor Exchange 2000 Server en 30 voor Exchange Server 2003. Controleer ook of er geen situaties zijn waardoor er een oneindige lus kan ontstaan tussen servers.
  • Numerieke code: 4.4.7

    Mogelijke oorzaak: Het bericht in de wachtrij is verlopen. De verzendende server heeft geprobeerd het bericht door te sturen of te bezorgen, maar de actie kon niet worden voltooid voordat het bericht verliep. Deze NDR kan ook aangeven dat een limiet voor berichtkopteksten is bereikt op een externe server of dat een andere protocol-timeout is opgetreden tijdens het communiceren met de externe server.
    Probleemoplossing: Deze code duidt meestal op een probleem op de ontvangende server. Controleer of het adres geldig is en informeer of de ontvangende server is geconfigureerd voor het juist ontvangen van berichten. Het kan nodig zijn het aantal adressen in de koptekst van het bericht te verlagen voor de host waarvoor deze fout wordt gegenereerd. Als u het bericht opnieuw verstuurt, wordt het weer in de wachtrij geplaatst. Als de ontvangende server online is, wordt het bericht bezorgd.
  • Numerieke code: 4.4.9

    Gebruikt vanaf:Exchange Server 2003

    Mogelijke oorzaken: Deze code geeft aan dat een tijdelijke routeringsfout is opgetreden of dat een onjuiste routeringsconfiguratie actief is. Dit probleem doet zich voor bij een van de onderstaande of beide situaties:
    • Een SMTP-connector (Simple Mail Transfer Protocol) is geconfigureerd voor het gebruik van DNS zonder smarthost en is bovendien geconfigureerd voor het gebruik van een niet-SMTP-adresruimte, zoals een X.400-adresruimte.
    • Er is een bericht verzonden naar een ontvanger die is ge´dentificeerd als lid van een verwijderde routeringsgroep.
    Probleemoplossing: Als het probleem zich blijft voordoen, gebruikt u het hulpprogramma WinRoute om de routeringsgroepen in het deelvenster met de structuur te controleren. Vervolgens controleert u de adresruimten van de route die het bericht over het probleem volgt. Voor meer informatie over het hulpprogramma WinRoute klikt u op het volgende artikelnummer in de Microsoft Knowledge Base:
    281382á (http://support.microsoft.com/kb/281382/ ) Het hulpprogramma WinRoute gebruiken
  • Numerieke code: 4.6.5

    Gebruikt vanaf:Exchange Server 2003

    Mogelijke oorzaken: Deze code verschijnt wanneer de conversie van een inkomende SMTP is mislukt omdat de codepagina die in het bericht wordt vermeld, niet op de ontvangende server is ge´nstalleerd. Deze bezorgingsstatusmelding bevat uitsluitend de oorspronkelijke berichtkoppen. De oorspronkelijke inhoud wordt niet weergegeven.

    Probleemoplossing: Controleer de MIME van het oorspronkelijke bericht. Zorg ervoor dat de vereiste taalbestanden zijn ge´nstalleerd op de server waarop het bericht wordt ontvangen.
  • Numerieke code: 5.0.0

    Gebruikt vanaf: Alle numerieke codes die worden gebruikt vanaf Exchange 2000 Service Pack 1 (1 (4.3.2, 5.4.0, 5.4.4 en 5.5.0) werden in Exchange 2000 Service Pack 1 en eerder geclassificeerd als 5.0.0.

    Mogelijke oorzaken:
    • Er is geen route voor de opgegeven adresruimte. Er is bijvoorbeeld een SMTP-connector geconfigureerd, maar dit adres komt niet overeen.
    • DNS retourneerde een gemachtigde host die niet werd gevonden voor het domein.
    • Er is geen connector gedefinieerd voor de routeringsgroep. E-mail van de ene server in een routeringsgroep heeft geen route naar een andere routeringsgroep.
    • Er is een fout met het SMTP-protocol opgetreden.
    Probleemoplossing:
    1. Corrigeer een adresruimte van het type SMTP met de waarde * of voeg een adresruimte met deze waarde toe aan een of meer SMTP-connectors.
    2. Controleer of DNS correct werkt.
    3. Zorg ervoor dat routeringsgroepen zijn verbonden via connectors.
    4. Als u Exchange 2000 zonder Service Pack 1 uitvoert, installeert u Service Pack 1 om vast te stellen wat het probleem is.
  • Numerieke code: 5.1.0

    Mogelijke oorzaak: Deze code duidt op een algemene categoriseringsfout (fout door ongeldig adres). Het e-mailadres of een ander kenmerk is niet gevonden in de adreslijst. Dit probleem kan optreden als het kenmerk targetAddress niet is ingesteld voor contactpersoonvermeldingen. Het treedt vooral op wanneer MDAccess berichten over 'object niet gevonden' retourneert aan MDAccess op het moment dat door de categorizer een homeMDB-zoekbewerking wordt uitgevoerd voor een gebruiker.

    Dit probleem treedt ook op als u Microsoft Outlook hebt gebruikt om uw e-mailbericht op te slaan als bestand en iemand het bericht offline opent en beantwoordt. In de berichteigenschappen wordt de legacyExchangeDN alleen bewaard wanneer het bericht wordt bezorgd door Outlook. Daarom kan de homeMDB-zoekbewerking mislukken.

    Probleemoplossing: Controleer het adres van de ontvanger en verzend het bericht opnieuw. Controleer of de notatie van het adres van de ontvanger juist is en of de ontvanger correct kon worden omgezet door de categorizer.
  • Numerieke code: 5.1.1

    Mogelijke oorzaak:
    • De organisatie waarnaar dit bericht is verzonden, heeft aangegeven dat de e-mailaccount niet bestaat. Dit probleem kan optreden als er een fout plaatsvond toen gebruikers tussen sites werden verplaatst. Als een voormalige gebruiker in de groep beheerders_1 bijvoorbeeld is overgeplaatst naar de groep beheerders_2 en reageert op een oud e-mailbericht, of zijn/haar Outlook-profiel niet opnieuw maakt, wordt er een LegDN-adres van de oude groep gebruikt, met als gevolg een NDR.
    • Het bericht werd verzonden naar verouderde adresboekvermeldingen.
    • De bezorging werd geweigerd door de categorizer omdat u voor een SMTP-contactpersoon ongeldige SMTP RFC821-tekens hebt gebruikt.
    Probleemoplossing: Volg dezelfde procedure voor probleemoplossing als voor numerieke code 5.1.0.
  • Numerieke code: 5.1.3

    Mogelijke oorzaak: Ongeldige notatie van adres. Een contactpersoon is bijvoorbeeld geconfigureerd met het kenmerk targetAddress, maar zonder adrestype.

    Probleemoplossing: Volg dezelfde procedure voor probleemoplossing als voor numerieke code 5.1.0.
  • Numerieke code: 5.1.4

    Mogelijke oorzaak: Twee objecten hebben hetzelfde proxy-adres en e-mail wordt naar dat adres verzonden. Dit probleem kan ook optreden als de ontvanger niet bestaat op de externe server.

    Probleemoplossing: Controleer het adres van de ontvanger en verzend het bericht opnieuw.
  • Numerieke code: 5.1.6

    Gebruikt vanaf: Exchange 2000 Service Pack 2

    Mogelijke oorzaak: De kenmerken van de gebruiker in de adreslijst, zoals homeMDB en msExchHomeServerName, ontbreken of zijn beschadigd.

    Probleemoplossing: Controleer of de kenmerken van de adreslijst met gebruikers geldig zijn en voer de service Recipient Update opnieuw uit om er zeker van te zijn dat de voor transport vereiste kenmerken geldig zijn.
  • Numerieke code: 5.1.7

    Gebruikt vanaf: Exchange 2000 Service Pack 2

    Mogelijke oorzaak: De afzender heeft een onjuist of ontbrekend e-mailkenmerk in de adreslijststructuur. De transport-categorizer kan het e-mailitem niet bezorgen zonder een geldig e-mailkenmerk.

    Probleemoplossing: Controleer de adreslijststructuur van de afzender en kijk of het e-mailkenmerk bestaat.
  • Numerieke code: 5.2.1

    Mogelijke oorzaak: Lokale e-mail wordt geweigerd omdat het bericht te groot is. Dit foutbericht kan ook worden weergegeven als de SID (Security ID) voor de Master Account van de ontvanger ontbreekt.

    Probleemoplossing: Controleer de toegangsmachtigingen en de berichtgrootte. Controleer of de ontvanger een SID heeft.
  • Numerieke code: 5.2.2

    Gebruikt vanaf: Exchange 2000 Service Pack 3 (eerst 4.2.2 in eerdere release).

    Mogelijke oorzaken: De ingestelde opslaglimiet van het postvak van de ontvanger is overschreden.

    Probleemoplossing: Controleer de opslag- of wachtrijlimiet voor het postvak.
  • Numerieke code: 5.2.3

    Mogelijke oorzaak: Het bericht is te groot voor de lokale limiet. Het is bijvoorbeeld mogelijk dat voor een externe Exchange-gebruiker beperkingen zijn ingesteld voor de maximale grootte van binnenkomende berichten.

    Probleemoplossing: Stuur het bericht opnieuw zonder bijlagen of verhoog op de server of de client de limiet voor de grootte van berichten.
  • Numerieke code: 5.3.0

    Gebruikt vanaf:Exchange Server 2003

    Mogelijke oorzaken: Exchange Server 2003 bevat een functie waarmee het programma zonder de MTA (Message Transfer Agent) kan werken. Als een bericht niet correct werd verzonden via de MTA-route, wordt deze bezorgingsstatusmelding aan de afzender geretourneerd.

    Opmerking Hoewel Exchange 2003 zonder de MTA kan werken, wordt deze configuratie niet aanbevolen of ondersteund door Microsoft.

    Ga als volgt te werk om deze functie in te schakelen en te voorkomen dat berichten in de wachtrij voor de MTA worden geplaatst:
    1. Schakel de MTA-service uit.
    2. Stel de DWORD-waarde in op 0 in de volgende registersubsleutels voor elk informatiearchief en elk archief voor openbare mappen:
      HKLM\System\CurrentControlSet\Services\MsExchangeIS\<Server Name>\<PrivMDB_GUID>\Gateway In Threads

      HKLM\System\CurrentControlSet\Services\MsExchangeIS\<Server Name>\<PrivMDB_GUID>\Gateway Out Threads
      Als u dit doet, stelt u archiefbronnen beschikbaar die gekoppeld zijn aan MTA-levering.
    3. Start het informatiearchief opnieuw.
    Probleemoplossing: Controleer de gebruikte routeringstopologie. Gebruik het hulpporogramma WinRoute om ervoor te zorgen dat de routes correct worden gerepliceerd tussen servers en routeringsgroepen.
  • Numerieke code: 5.3.3

    Mogelijke oorzaak: De externe server met Exchange 2000 of Exchange 2003 bevat onvoldoende vrije schijfruimte voor het opslaan van e-mail. Dit probleem treedt vooral op wanneer de verzendende server e-mail verstuurt via BDAT (binary DATA). Deze code kan ook duiden op een SMTP-protocolfout.

    Probleemoplossing: Zorg ervoor dat op de externe server voldoende ruimte vrij is voor het opslaan van e-mail en controleer het SMTP-logboek op fouten.
  • Numerieke code: 5.3.5

    Mogelijke oorzaak: Er is een lus geconstateerd waarbij de server is geconfigureerd voor loopback naar zichzelf.


    Probleemoplossing: Als u werkt met verschillende virtuele SMTP-servers die zijn geconfigureerd op de Exchange-computer, moet u ervoor zorgen dat ze zijn toegewezen aan unieke poorten voor inkomende berichten. Controleer ook of de configuratie voor uitgaande SMTP-poorten juist is. Alleen op deze manier kunt u lussen tussen lokale virtuele servers voorkomen. Controleer de configuratie van de connectors van de server op lussen. Er mogen bijvoorbeeld geen connectors zijn gedefinieerd met de adresruimte van de lokale organisatie, tenzij u het domein deelt en de optie DNS gebruiken voor het routeren van adresruimte op deze connector. niet is ingeschakeld. Klik op het volgende artikelnummer in de Microsoft Knowledge Base voor meer informatie:
    321721á (http://support.microsoft.com/kb/321721/ ) SMTP-adresruimten delen in Exchange 2000 Server en Exchange Server 2003
    Als er meerdere virtuele servers worden gebruikt, mag geen enkele server zijn ingesteld op Alle niet-toegewezen adressen.
  • Numerieke code: 5.4.0

    Gebruikt vanaf: Exchange 2000 Service Pack 1

    Mogelijke oorzaken:
    • Een gemachtigde host werd niet gevonden in DNS.
    • De smarthost-vermelding is onjuist.
    • FQDN-naam in bestand HOSTS. Het betreffende probleem is verholpen in Windows 2000 Service Pack 3 (SP3).
    • Er is een DNS-fout opgetreden of u hebt een ongeldig IP-adres voor de smarthost opgesteld. *
    • SMTP VS heeft geen geldig FQDN of de SMTP VS FQDN-zoekbewerking is mislukt.
    • Het SMTP-domein van een contactpersoon kan niet worden omgezet in een SMTP-adresruimte.
    Probleemoplossing: Gebruik Nslookup om de DNS te controleren. Controleer of het IP-adres de IPv4-notatie heeft. Controleer of de DNS-vermelding voor de desbetreffende server/computernaam geldig is. Als een FQDN in het HOSTS-bestand wordt gebruikt, negeert en vervangt u de vermelding in Exchange System Manager door een geldig IP-adres of een correcte naam.
  • Numerieke code: 5.4.4

    Gebruikt vanaf: Exchange 2000 Service Pack 1

    Mogelijke oorzaak: Geen route naar bericht, volgende hop niet gevonden. U hebt een topologie voor routeringsgroepen ingesteld, maar er is geen connector ingesteld tussen de routeringsgroepen.

    Probleemoplossing: Voeg een connector toe tussen de routeringsgroepen of configureer de connector.
  • Numerieke code: 5.4.6

    Mogelijke oorzaak: Er is een voorwaartse lus vanaf de categorizer geconstateerd.
    Het kenmerk targetAddress is ingesteld voor een gebruiker met een postvak. Hosting Pack: Dit is een veelvoorkomend probleem met de configuratie van de host, met name in situaties waarin iemand een contactpersoon definieert in organisatie-eenheid 1 (OU1) en vervolgens via een configuratieprogramma een gebruiker met hetzelfde e-mailadres toevoegt aan organisatie-eenheid 2 (OU2).

    Probleemoplossing:
    • Dit probleem treedt op wanneer voor contactpersoonA een alternatieve ontvanger is gedefinieerd die verwijst naar contactpersoonB, waarvoor weer een alternatieve ontvanger is gedefinieerd die terug verwijst naar contactpersoonA. Controleer de alternatieve ontvanger voor iedere contactpersoon.
    • Controleer en verwijder het kenmerk targetAddress voor gebruikers met een postvak.
    • In omgevingen met een host waarin u e-mail van een gebruiker in een bedrijf (OU) wilt versturen naar een ander bedrijf (OU), is het raadzaam de volgende twee gerelateerde objecten te configureren:
      Gebruiker: SMTP-proxy: gebruiker@bedrijf.com
      Contactpersoon: targetAddress: gebruiker@bedrijf.com; SMTP-proxy: contactpersoon@bedrijf2.com
  • Numerieke code: 5.4.8

    Gebruikt vanaf: Exchange 2000 Service Pack 1

    Mogelijke oorzaak: Deze code duidt op het bestaan van een lus. Dit probleem kan optreden wanneer een van de beleidsregels voor ontvangers een lokaal domein bevat dat overeenkomt met de FQDN van een Exchange-server in de organisatie. Wanneer de transport-categorizer e-mail verwerkt die bestemd is voor een domein waarvan de naam overeenkomt met de FQDN van een Exchange-server, wordt een NDR met deze code gegenereerd.

    Probleemoplossing: Als dit probleem optreedt omdat de beleidsregels voor ontvangers een domein bevatten waarvan de naam overeenkomt met de FQDN van een Exchange-server, moet u dat item verwijderen.
  • Numerieke code: 5.5.0

    Gebruikt vanaf: Exchange 2000 Service Pack 1

    Mogelijke oorzaak: Algemene protocolfout (SMTP-fout). De externe SMTP-server retourneert een 500-fout in reactie op uw EHLO en de verbinding wordt met een QUIT verbroken door het verzendende systeem, waarna een NDR wordt gegenereerd die aangeeft dat het protocol niet kan worden verwerkt door de externe SMTP-server. (Als een Hotmail-account bijvoorbeeld niet meer actief is, treedt er een 550 SMTP-fout op.)

    Probleemoplossing: Voer SMTP Log of een netwerkcontrole-trace uit om te controleren waarom de externe SMTP-server het protocolverzoek weigert.
  • Numerieke code: 5.5.2

    Mogelijke oorzaak: Deze code geeft een algemene protocolfout aan wanneer SMTP-protocollen niet in de juiste volgorde worden verwerkt. Een SMTP-protocolfout treedt bijvoorbeeld op wanneer AUTH vˇˇr EHLO wordt verwerkt. Deze code wordt bijvoorbeeld gebruikt wanneer er onvoldoende schijfruimte vrij is op het systeem.

    Probleemoplossing: Voer SMTP Log of een netwerkcontrole-trace uit en zorg dat er voldoende schijfruimte en virtueel geheugen is voor een goede werking van SMTP.
  • Numerieke code: 5.5.3

    Mogelijke oorzaak: Te veel ontvangers voor het verzonden bericht.

    Probleemoplossing: De limiet voor het aantal ontvangers kan worden geconfigureerd op de ontvangende server. U kunt dit probleem oplossen door de limiet te verhogen of het bericht op te splitsen in verschillende berichten, zodat de limiet niet wordt overschreden.

    Opmerking De standaardlimiet voor het aantal ontvangers voor een SMTP-bericht (Simple Mail Transfer Protocol) is 5000. U kunt deze limiet wijzigen door Exchange System Manager te starten, te klikken op Global Settings, met de rechtermuisknop te klikken op Message Delivery en Properties te kiezen. De limiet kan ook per gebruiker worden ingesteld in Active Directory.
  • Numerieke code: 5.6.3

    Gebruikt vanaf:Exchange Server 2003

    Mogelijke oorzaken:
    1. Dit bericht bevat meer dan 250 bijlagen. Bij meer dan 250 bijlagen wordt de fout MAPI_E_TOO_BIG gegenereerd.
    2. Er is e-mail verzonden met een ongeldige addr822-header.


    Probleemoplossing:
    1. Verminder het aantal bijlagen in het bericht en verzend het bericht opnieuw.
    2. Corrigeer de header. De fout is misleidend, aangezien er wordt aangegeven dat de NDR het gevolg is van ongeldige P2-headers.
  • Numerieke code: 5.7.1

    Mogelijke oorzaken:
    • Algemene toegang geweigerd, de afzender is geen toegang verleend ľ de afzender van het bericht beschikt niet over de benodigde rechten om bezorging van het bericht te voltooien.
    • U probeert uw e-mail door te sturen via een andere SMTP-server, maar dit wordt niet toegestaan.
    • Mogelijk zijn voor de ontvanger beperkingen ingesteld voor bezorging in het postvak. Een voorbeeld van een dergelijke beperking is dat een ontvanger alleen e-mail mag ontvangen van een distributielijst en dat e-mail van andere gebruikers onder vermelding van deze fout wordt geweigerd.
    • Voor Exchange Server 2003 kan een distributielijst worden geconfigureerd om e-mail van niet-geverifieerde gebruikers te weigeren. E-mailberichten die worden verzonden via een niet-geverifieerde SMTP-sessie, worden geweigerd.
    Probleemoplossing: Controleer de systeemrechten en kenmerken voor de contactpersoon en stuur het bericht opnieuw. Controleer ook of Exchange 2000 Service Pack 1 of hoger is ge´nstalleerd. Hiermee worden veel bekende problemen voorkomen.

Link support.microsoft.com/kb/284204
Link
Link

 

 ©2005 Karo Web